Door Marijke Mansveld
Eind 2024 signaleerden we tot onze grote verrassing een kerkuil bij de ruimte onder de nokbalk van de schuur, naast ons houten huis aan de bosrand. Eerst zagen we in een flits een grote vogel en onze kippen doken in dekking. Roofvogel? Bij die plek vonden we echter verse uilenballen, welke na het uitpluizen met onze kleindochter van een kerkuil bleken te zijn. We zagen hem in de schemering regelmatig uit de kleine ruimte onder de nok vandaan komen. Na advies van de behulpzame regionale kerkuilenwerkgroep plaatsten we een uilenkast, waarmee de uilen tevreden bleken. Begin 2025 volgde de installatie van een camera in de kast waarmee wij, en op afstand ook onze kinderen, een uniek inkijkje kregen in het leven van deze bijzondere vogels. Regelmatig spotten we twéé uilen en in de kast: baltsgedrag, paringen en het aanbrengen van prooien. Dit vormde het begin van een voor ons indrukwekkend broedseizoen.

Vanaf 27 maart werden in totaal vijf eieren gelegd, en we zagen uiteindelijk vier kuikens verschijnen. Het was echt fascinerend om het broeden, het bijna ieder uur draaien met die sterke klauwen van de kwetsbare eieren, het uitkomen en de eerste zorg voor die bijzondere scharminkeltjes van dichtbij te kunnen volgen. Toch verliep niet alles zonder zorgen. Het jongste kuiken bleek na een tijdje ‘verdwenen’. We constateerden dat de overgebleven jongen op een gegeven moment geen voedsel meer kregen waarop wij ingrijpen noodzakelijk achtten. Ze zelf voeden met diepvriesmuisjes bleek voor ons helaas niet haalbaar. De drie kuikens werden door de dierenambulance naar Wildopvang Avolare in Doorwerth gebracht. Twee fraaie jonge uilen zijn door de intensieve zorg daar vrijgelaten.

Opmerkelijk genoeg werden we al kort daarna bij de kast verrast door een tweede broedsel, hoogstwaarschijnlijk met een ander mannetje (gezien zijn gedrag), met op 17 juni het eerste van zes eieren. Ondanks twee hittegolven en spannende momenten – waarbij de ouders overdag lang de kast verlieten – kwamen er 5 kuikens uit. Helaas kende ook dit broedsel een moeilijk verloop: we waren bang dat ze (wederom) niet genoeg te eten kregen maar bij controle door de deskundigen bleken ze toch goed doorvoed te zijn. Ze waren voor ons niet meer zichtbaar in de ruimte waar de camera op gericht was, maar zaten bij de ingang. Het geluid van de jonge uilen, het hese blazen en hun constante bedelroep en vervolgens het minder worden daarvan bleek toch een alarmsignaal. Een week nadien werden er vier vermagerde jongen dood aangetroffen, in en onder de kast. Hoe snel kan dat gaan?! Het oudste kuiken ( toen 10,5 week oud) werd gelukkig de volgende dag verzwakt maar verder gezond aangetroffen, onder een plank in onze bijenstal en door Gert Jan Blankena naar de roofvogel- en uilenopvang in Barchem gebracht.

Het jaar 2025 gaf ons verwondering, spanning, respect, vreugde en verdriet, maar vooral voor ons, leken op dit gebied, een leerzaam en intiem beeld van het leven van kerkuilen, zo vlak bij huis.
Komende maanden beloven weer intensief te worden: we maakten een nieuwe kast (meer ruimte, betere ventilatie en warmte-reflecterend) waarin nu (maart 2026) vrouwtje kerkuil met haar zorgzame man een nest met 7 eieren verzorgd.
