De vooruitzichten voor wat betreft prooien waren erg gunstig aan het begin van dit jaar. Op basis daarvan leek 6 eieren zelfs een beetje voorzichtige keuze van dit koppel. Maar omstandigheden kunnen snel veranderen in een seizoen en ook al barst het buiten van de muizen, zie ze maar eens te pakken te krijgen als de regen maar naar beneden blijft komen ’s nachts
Waarom wordt er niet meer gevangen?
Het leek zo goed te gaan. De prooien waren bijna niet bij te houden met tellen, laat staan met opeten. En dan ineens slaat het weer om en volgen er een paar nachten met heel veel regen. Maar waarom maakt dat zoveel uit eigenlijk?
Aan de muizen ligt het niet echt. Die lopen in de regen ook nog steeds wel rond en de hoeveelheid neerslag was ook niet zo dramatisch dat er heel veel muizennestjes zijn verdronken in het veld. Het probleem zit hem vooral in de jachttechniek van de kerkuil. Hoewel ze uitstekende ogen hebben die in het donker veel meer zien dan die van ons, zijn ze bij de jacht toch vooral aangewezen op hun gehoor. Feilloos wordt de positie van de muis vastgesteld aan de hand van het ritselen door de begroeiing en een snelle geluidsloze vlucht later bungelt die muis in de klauwen van de uil. Maar als het heel hard waait of, zoals nu, de regen maar neer blijft klateren is het ritselen van de muizen nauwelijks meer te horen en loopt het succes van de jacht heel hard achteruit.
Grote gevolgen voor de zwaksten
Als de hoeveelheid prooien die het mannetje brengt te hard (en te lang) achteruit gaat komt er een kettingreactie op gang met mogelijk grote gevolgen.
Allereerst krijgen alle kuikens meer honger en wordt er harder gevochten om de enkele prooien die wel binnen worden gebracht. In deze strijd komen de zwaksten nauwelijks meer aan bod en lopen dus langzaam nog meer achterstand op.
Dat is op zich nog wel weer in te halen, maar als de omstandigheden nog slechter worden kan het vrouwtje besluiten om mee te gaan jagen om samen met het mannetje meer prooien binnen te brengen. Als er op dat moment nog jongen zijn die afhankelijk zijn van het voeren door het vrouwtje, omdat ze nog niet zelfstandig hele muizen door kunnen slikken begint het hachelijk te worden. En als er dan niet voldoende prooi overblijft, waarvan het vrouwtje overdag in de kast alsnog de kleinsten kan voeren dan wordt het onhoudbaar en gaan de zwaksten steeds sneller achteruit, totdat ze uiteindelijk sterven.

K6 valt af en hoe zit het dan met de rest?
K6 was 16 dagen oud toen hij stierf en dat is een leeftijd waarop een kuiken normaliter al hele prooien kan doorslikken. Maar de dagen ervoor had hij niet of nauwelijks gegeten en dus al een flinke groeiachterstand opgelopen, waardoor hij dat punt nog niet bereikt had. Het viel allemaal net de verkeerde kant op voor hem, maar dat is zoals de natuur werkt. In zo’n geval moeten er uitvallers zijn om de achterblijvers een grotere kans op overleven te geven.
K5 is het punt dat hij hele prooien kan slikken al ruim voorbij en is daarmee al veel onafhankelijker. Uiteraard moet hij ook opboksen tegen die grotere kuikens, maar als hij iets te pakken krijgt, zelfs als het per toeval is, dan is het ook hap-slik-weg voordat iemand anders het weer inpikt.
De natte nachten liggen voorlopig weer even achter ons. Dat betekent niet dat het nest al helemaal in veiligheid is. Er zullen waarschijnlijk nog diverse uitdagingen komen, waarbij zomaar nog meer uitvallers kunnen volgen. Maar de grootste vijf hebben de eerste uitdaging van hun jonge leven in ieder geval met succes doorstaan en kunnen hopelijk de komende tijd verder groeien en aansterken.
